Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD8706

Datum uitspraak2001-11-21
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00440
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00440 21 november 2001 CJIB 35873629 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Leiden van 16 juli 2001 betreffende [betrokkene] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 6 juli 2000 op de Rijksweg A4 in de gemeente Leiden. 3.2. De betrokkene voert aan, dat de verbalisant waarschijnlijk wel de juiste datum op de aankondiging van de beschikking heeft vermeld, maar dat niet de juiste data op de inleidende beschikking en de beschikking na beroep op de officier van justitie zijn vermeld en dat daarom de inleidende beschikking vernietigd zou moeten worden. 3.3. Het hof overweegt hieromtrent dat, indien een ambtenaar als bedoeld in art. 3 WAHV, die bij de beschikking een administratieve sanctie ter zake van een door hem geconstateerde gedraging oplegt, de datum in de door hem aan de bestuurder uitgereikte kennisgeving van beschikking niet juist heeft aangeduid deze onjuistheid kan herstellen door alsnog de juiste datum op te nemen in de beschikking welke aan de betrokkene wordt toegezonden. 3.4. Volgens de betrokkene had op de inleidende beschikking en op de beschikking na beroep op de officier van justitie als datum waarop de gedraging is verricht 7 juni 2000 in plaats van 6 juli 2000 vermeld moeten zijn. Het hof overweegt - in het midden latend welke datum op de beschikkingen vermeld had moeten zijn - dat op beide data de geldigheid van het keuringsbewijs was verlopen en dat nu de betrokkene ter zake van de gedraging is staandegehouden, het in de bestreden beschikking besloten oordeel van de kantonrechter dat bij de betrokkene redelijkerwijs geen misverstand kan zijn ontstaan omtrent de vraag op welke gedraging de inleidende beschikking ziet, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft[bl5], terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. 3.5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.